Voorouders

Vandaag is het dodenherdenking. 75 jaar geleden kwam er eindelijk een einde aan de oorlog in Nederland. De doden worden herdacht.
Bij ons thuis vroeger veranderde er in de twee weken in aanloop naar dodenherdenking iets in de sfeer. En wij kwamen er niet onderuit om stil te staan bij de doden. Ik begreep toen nog niet zo goed waarom.
Inmiddels begrijp ik het wel, of beter.
Ook vanavond zal ik stil zijn, al is het dit jaar niet bij de openbare dodenherdenking, want die is er niet…
Ik sta stil bij de ellende die velen is overkomen.
Ik sta stil bij een on-voorstelbare hoeveelheid doden – wat zeggen cijfers voor mensen met namen?
En ik betreur het diep dat er nog steeds op afschuwelijke manieren gestreden wordt op de wereld.

Voor mij persoonlijk is dodenherdenking ook een moment om aan mijn voorouders te denken. Dat zal wel komen doordat ik in de loop der jaren steeds beter begreep waarom die dodenherdenking en de dagen er naar toe zoveel onrust brachten. De oorlog had diepere wonden geslagen dan je aan de buitenkant kon zien.
Per toeval kreeg ik afgelopen weekend een doos in handen met foto’s en stambomen van mijn moeders familie. Ik zag foto’s van mijn grootouders die ik nooit had gezien.
Ik zie mijn opa in zijn jonge jaren. Jee, ze hebben gelijk: wat lijk ik op hem!
Ik zie mijn oma, frivool als ze was 100 jaar geleden.
Ik zie verliefde blikken, een teder gebaar, vastgelegd in zwartwit. Ik vraag me altijd af of het dit soort momenten zijn geweest die mijn oma overeind hebben gehouden in die zware oorlogsjaren – in de hoop haar geliefde weer terug te zien. Het mocht niet zo zijn.
Ik zie de sporen van die jaren bij hun kinderen, mijn moeder.
Ik zie ook mijn overgrootmoeder, die samen met een vriendin de slappe lach heeft. Waarover? Ik zal het nooit weten, maar ik lach vanzelf mee. Wij zijn verwant, zij en ik. We hebben elkaar nooit gekend, nooit gezien, maar we zijn verwant, dat voel ik al lang.

Het zijn mijn voorouders. Het is de oorlog, maar niet alleen de oorlog die hun leven heeft bepaald. Ik herken een oogopslag, een blik, een lach, een lichaamshouding. Het zijn stuk voor stuk eigenzinnige mensen. Met levensplezier. Hun genen zitten in mijn genen. Hun verhalen, hun leed, hun plezier. Ik ben ze dankbaar. Ik eer ze. Vandaag nog net iets meer dan anders. De voorouders.