IngerMarlies Leeuwenburgh

header

Sint Maarten

Vandaag is het 11 november. Een dag met vele betekenissen. Vandaag, 11-11-2018, is het precies 100 jaar geleden dat er officieel een eind kwam aan die gruwelijke Eerste Wereldoorlog. Daar wordt vandaag in veel landen bij stilgestaan.
In het zuiden van ons land zien wij 11 november als het begin van de carnavalsperiode.
Maar ook is 11 november Sint-Maarten.

Sint Maarten is al een oud feest. Maar of het nu een Germaans heidens feest was of dat het een kerkelijke oorsprong heeft is niet helemaal duidelijk.
De mythe gaat dat er in de vierde eeuw een Romeinse soldaat was die Martinus heette. Als hij op een ijskoude dag bij de poorten van Amiens aankomt, zit daar een bedelaar. Martinus heeft geen geld. Het enige dat hij heeft is zijn warme soldatenmantel, een in alle opzichten kostbaar bezit. Hij besluit zijn mantel in tweeën te snijden en de helft aan de bedelaar te geven. Die nacht krijgt Martinus een droom, bekeerd zich tot het christendom, gaat uit het leger en uiteindelijk wordt hij bisschop van Tours. Hij overlijdt in 397 en wordt op 11 november in Tours begraven.
In deze zin is Sint-Maarten een feest ter herdenking van deze heilige.

Of gaat het dieper en wijst dit feest op het licht dat in ons geboren wil worden?
Sint Maarten valt 40 dagen voor het Kerstfeest en is na Michaëlsdag (29 september) het tweede lichtfeest. Sint Nicolaas is in die zin het derde lichtfeest.
November is nat en koud. We gaan nu echt naar de winter toe. Het kan stormen, het kan zelfs sneeuwen of vriezen. Het vee wordt naar binnen gehaald. Het buitenwerk is zo goed als klaar. Men keert letterlijk en figuurlijk van buiten naar binnen. In vroegere tijden was november de slachtmaand. Vetgemeste dieren smaken in november het beste, daarna neemt het vetgehalte weer af. Op 11 november werd er een feestmaal gemaakt, met goed vet vlees en waar dat mogelijk was met most, de nog niet vergiste druivensap. Sint-Maarten was ook de beschermheilige van de druiventelers.
Sint Maarten is eigenlijk niet een feest van bedelen, van ophalen. Het is een feest van dankbaarheid voor de oogst, voor rijkdom, voor overvloed. Maar met het feestmaal werd het eten gedeeld. Zoals Sint Maarten zijn mantel deelde.

Maar Maarten gaf zijn halve mantel weg. De helft, niet helemaal. Waarom niet? Omdat dit de ontvanger oproept zelf ook iets te doen. Wie alles ontvangt hoeft zich nergens voor in te spannen – ook niet voor innerlijke groei. Wie de helft ontvangt zal merken dat hij wordt aangespoord de andere helft zelf te verwerven. Zo had ik eens een droom die buiten mijn bereik bleek vanwege de prijs. Iemand hoorde mijn verlangen en schonk mij daar de helft van het geld voor, een aanzienlijk bedrag. De helft van het totale bedrag; ik werd niet gepamperd, niet als onmachtig gezien. Ik werd niet verstikt, niet afhankelijk gemaakt. Mijn behoefte werd gezien, maar ik werd in mijn waarde gelaten. Hierdoor werd ik zo geraakt en geprikkeld, dat ik direct de volgende dag aan het werk ging om de rest van het geld te verwerven. Binnen een maand had ik het gehele bedrag bij elkaar en kon ik aan die zo gewenste studie beginnen.
De andere kant van het de helft schenken betreft ook de schenker zelf. Als Maarten zijn hele mantel weggeschonken had, was hij zelf wellicht bevroren van de kou. Dit betekent dat je nooit zoveel hoeft of zelfs mag weggeven dat het ten koste gaat van jezelf, dan zou je zelf een bedelaar worden.
Wat mij betreft is Sint Maarten geen feest om langs de deuren te bedelen. Voor mij is het een feest om je bewust te worden van je innerlijk licht, dat daar stil en diep van binnen brandt. De verlichte lampionnen met zon, maan en sterren zijn daar het uiterlijke beeld van. Prachtig als kinderen daarmee door het donker aan het begin van de avond door de straten lopen. Om aan andere menen hun lichtjes te laten zien. Het delen van hun innerlijk licht, zonder het weg te schenken.
Als wij allen zo ons licht delen, zal het ook nooit meer oorlog zijn.