IngerMarlies Leeuwenburgh

header

Een verhaal bij de Midzomerzonnewende

Koning Eik en Koning Hulst
Daarheen en weer terug

Er waren eens, er is nog en er zullen altijd zijn… twee koningen in hetzelfde koninkrijk. Deze twee koningen waren broers. Ze leefden in verschillende uithoeken van het land. Koning Hulst woonde in het Noorden. Daar was het koud. Er lag altijd sneeuw en het was er donker. Koning Hulst was het oudste van de twee en de serieuste. Hij droeg een dikke wintermantel en op zijn hoofd stond een krans van hulst. In zijn hand droeg hij een staf van hulst. Zijn vrouw, Vlier, droeg ook een mantel van dik zacht bont, een kroon van Vlierbloesem en een staf gemaakt van Vlierhout.
Omdat het altijd donker was in het gebied van de koning Hulst leerde hij zijn volk om rust te nemen en zuinig te zijn met wat ze hebben aan voedsel. En om na te denken over het leven en leren omgaan met moeilijkheden in het koude gebied.
Zijn broer, koning Eik, leefde in het Zuiden van het land samen met zijn vrouw Hedera. Hij was de jongste van de twee broers. Koning Eik droeg enkel een krans van eikenbladeren en zijn vrouw een krans van klimopbladeren. Meer hadden zij niet nodig, want in het zuiden van het koninkrijk was het altijd warm, en de zon scheen er volop. Koning Eik vond het belangrijk dat zijn volk volop kon genieten van het leven en dat zij feest vierden. Vruchtbaarheid stond bij hem hoog in het vaandel en hij zag dan ook graag jonge leventjes rond hem heen dansen!

Nu was het zomer in het zuidelijke land van Koning Eik en zijn Koningin Hedera. Iedereen was vrolijk, opgetogen en vreedzaam. Overal in het land klonk muziek en gezang. Er werd gedanst, gelachen en ook gewerkt op het land. De bloemen stonden in bloei, de jonge dieren werden groot en sterk. De bijen maakten ijverig hun honing en jonge vogels verlieten hun nest. De groenten werden groot en waren bijna klaar voor de oogst. De fruitbomen stonden in bloei en vormden hun vruchten. Overal in het land branden er zomerse vuren, ter ere van de zon die zo lang en helder scheen aan een blauwe hemel. De nachten waren nauwelijks donker, maar zwoel en aangenaam.
Het zuidelijke volk wil dat het altijd warm en vrolijk is in hun land.

Maar het volk heeft de vuren ook aangestoken om hun koning Eik te ondersteunen en kracht te geven. Zijn oudere broer namelijk vond dat de zon zich terug moest trekken en de donkere nachten moesten komen. Alleen op die manier kon je plannen maken en tot jezelf komen, leren bewust te zijn en dankbaar te zijn met wat je hebt. Dat kon niet als altijd en zo lang de zon schijnt.
Al eeuwen lang, jaar na jaar, lagen de twee broers hierover met elkaar in de clinch en daarom spraken ze af om elkaar ieder jaar op 21 juni en 21 december te ontmoeten en dan de strijd aan te gaan om licht en duisternis.

Nu is het 20 juni, de avond voor de ontmoeting tussen de twee vorsten.
Het zuidelijke volk zou graag zien dat het altijd zo warm en vrolijk is in hun land en daarom was er feest met volop te eten en te drinken. Zo steunde het volk hun koning en geeft hem kracht in zijn strijd tegen Hulst.

Die avond vertrok Koning Eik naar de heuvel. Hij keek uit naar het Noorden. Met zonsondergang kwam zijn broer. Koning Eik begroette zijn broer met een grote lach en was blij hem te zien: “Mijn beste broer, fijn dat je hier bent. Zoals we een half jaar geleden opnieuw hadden afgesproken, treffen wij elkaar op het hoogtepunt van de zonnekracht. Kijk eens om je heen, is dit niet geweldig? Zoveel vreugde en overvloed aan eten en liefde!”
Koning Hulst antwoordde ernstig: “Mijn beste broer, als je altijd vrolijkheid kent, hoe moet je dan ooit het verschil weten tussen vrolijkheid en bescheidenheid, hoe kan je al dat lekkere eten blijven waarderen als je niet weet om te gaan met dankbaarheid voor wat je hebt? Ik zal de strijd met jou aangaan en iedereen weer tot rust brengen. Ik zal je volk leren dankbaar te zijn en hoe je ook in rust en kalmte kan leven!”

Ze trokken hun zwaarden en gingen de strijd aan. Het was een heftig duel. Ze waren tegen elkaar opgewassen. Maar na enige tijd bleek Koning Hulst deze keer sterker. Koning Eik had al veel energie verloren en het laatste beetje energie verdween uit zijn lichaam. De strijd was gestreden en Koning Hulst nam de kroon van zijn broer af.
“Mijn geliefde broer”, sprak Koning Hulst. “Ik zal jou en je volk leren hoe je moet overleven in dagen waarop de zon minder zal schijnen. Ik zal je volk leren hoe ze hun mooie groenten en fruit kunnen bewaren en opslaan voor de winter. Ik zal je volk kennis en vaardigheden leren om tot rust en inkeer te komen en nieuwe plannen te maken. Duisternis is niet slecht, het zal je nieuwe kracht geven. Er zal minder te doen zijn in het land, waardoor er minder gewerkt hoeft te worden en je nieuwe levenskracht zal krijgen. In deze tijd kun je aandacht besteden aan iedereen die je dierbaar is en hen koesteren. Ook jij moet hebben gemerkt dat je energie bijna op is. In de tijd dat de zonnekracht zal afnemen zal je tot rust komen, zodat je terug kunt kijken op mooie zomerse dagen en nieuwe plannen kunt maken voor het komende jaar.
Als je de lichtere dagen terug wilt, kom dan op 21 december naar het noorden des lands, waar je krachten weer met mij worden gemeten. Maar ga nu terug naar je volk en geniet van deze langste dag van het jaar.”
Koning Eik antwoordde: “Ik ga nu eerst nog een groots zomerfeest vieren, op de langste dag van het jaar. En ik zal er zijn op 21 december! Op de hoogste berg zullen wij elkaar weer treffen, want dan wil ik het volk weer licht en vreugde brengen”.

En zo geschiedde het dat Hulst en Eik elkaar op de zonnewende tegen kwamen en hun deel van het seizoen opeisten. Voor het hele land was er in de lichtmaanden feest, overvloed, genezing en vruchtbaarheid. En in de donkere maanden tijd voor rust, bezinning en het maken voor nieuwe plannen voor in de licht jaren. Iedereen was gelukkig, omdat beide volken nu de kennis hadden van licht en donker!